
Aanpakken van Duitse wanbetalers
zonder risico
De Bondsrepubliek Duitsland is de grootste
handelspartner van Nederland.
Het is dan ook onvermijdelijk dat iedere Nederlandse ondernemer wel eens
moest vaststellen dat zijn Duitse klant niet op tijd betalde. Maar anders dan in
Nederland is de procedure voor het innen van vorderingen in Duitsland uitstekend
geregeld.
Een Nederlandse ondernemer moet er zeker niet voor
terugdeinzen zijn vorderingen in West-Duitslandte innen. De Duitse rechtspraak
ist op dit gebiet namelijk snel en de kosten zijn zeer wel uit te rekenen.
Er bestaan twee essentiele verschillen tussen het
Nederlandse en Duitse inningsrecht:
- Aan de eene kant regelt het Duitse Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering duidelijk dat de partij die verliest, de kosten
van een doelmatige rechtsvervolging moet dragen. Het gaat om kosten,die door
de inschakeling van een advocaat en door de tussenkomst van het gerecht zijn
ontstaan.
- Aan de andere kant kan de Duitse advocaat zijn
honorarium niet vrij calculeren. Hij mag zijn ho-norarium bijvoorbeeld niet
naar de benodige tijd of naar de moeilijkheidsgraad van zijn opdracht
schakeren.
De Duitse advocaat is aan dwingende rechtspraak, namelijk
aan de Bundesrechtsanwaltsgebühren-ordnung (tariefregeling voor advocaten)
gebonden, die voor het laatst op 1 july 1994 werd aange-past. Daardoor wordt aan
advocaten in burgerlijke zaken voor verschillende werkzaamheden een alleen aan
de geldwaarde van de zaak gerelateerd honorarium toegekend.
Dit betekent:
1. Iedere advocaat in de Bondsrepubliek werkt voor exact
hetzelfde honorarium. Deze bedragen moeten door de partij die het proces
verloren heeft, in volle omvang, bij gedeeltelijk verlies pro-centueel, worden
betaald.
2. Afgezien van moeilijke aangelegenheden, ist bij zuivere
incasseringsopdrachten (wanneer het er dus alleen om gaat de onwillige debiteur
tot betalen te bewegen), het risico gering, zodat altijd op een positieve afloop
van het rechtsgeding gerekend kan worden.
Wat blijft is het zuiver economische risico van
insolventie van de debiteur. In dit geval kan de Nederlandse ondernemer de op
hem afkomende kosten voor een Duitse advocaat al vooraf calculeren. Hij gaat
geen onweegbaar risico aan.
Gerechtelijke aanmaning
Uitgaand van dit systeem van honoraria en proceskosten,
die in burgerlijke zaken altijd aan de hoog-te van de vordering zijn gekoppeld,
kan de Duitse wetgever de zogenaamde "gerechtelijke aanma-ning"
ontwikkelen, d.w.z. een sort civiel proces. Hiervoor wordt een voor de hele
Bondsrepubliek uniform voorgeschrewen formulier gebruikt, de maanbrief
(Mahnbescheid).
Op dit formulier moet de Duitse advocaat de naam en het
adres van zijn opdrachtgever, de naam en het adres van zijn procestegenstander (dus
van de debiteur van zijn partij) invullen, de hoogte van de hoofdvordering, de
vervaldag, de reden van de schuld, het begin van de rentebetaling, en als een
ho-gere dan de normale rente van 5 % wordt verlangd, de rentevoet (de rente, die
de schuldeiser zelf aan zijn bank moet betalen).
De advocaat kan verder nog de kosten opvoeren die al voor
het proces zijn ontstaan, door aanma-ningen. Opnemen moet hij de bij hem
ontstane kosten voor de maanbrief en de gerechtskosten.
Al deze posten van de berekening worden opgeteld en in een aparte kolom
opgeschreven.
De maanbrief moet centraal bij het kantongerecht
Berlin-Schöneberg worden aangevraagd. Na ont-vangst kan de debiteur overwegen
of hij de vordering erkent en zich niet verder tegen de betaling verzet, ofwel,
om tijd te winnen, het risico van aanzienlijk hogere kosten op de koop toe neemt
en protest indient.
Deze tijd om na te denken bedraagt twee weken. Heeft de
schuldenaar geen protest ingedeind, dan kan de advocaat na afloop van de twee
weken her uitvoeringsgevel aanvragen, war weer met kosten gepaard gaat.
Dit uitvoeringsbevel heeft de geldigheid van een oordeel,
dat op ieder ogenblik ten uitvoer kan wor-den gebracht.
Heeft de schuldenaar binnen veertien dagen protest
ingediend, dan gaat de zaak over in een normale burgerlijke procedure. De
advocaat moet nu de klacht motiveren en door de overhandiging van co-pieen (bijvoorbeeld
van de bestelling, her koopcontract, de vrachtbrief, het bewijs van levering en
den rekening) aantonen waardoor de aanspraak is ontstaan. Het proces wordt
gevoerd voor de recht-bank die verantwoordelijk is voor de woonplaats van de
debiteur (bij een waarde tot 10.000,00 DM voor het kantongerecht, bij een waarde
van meer dan 10.000,00 DM voor de arrondissementsrecht-bank).
Van de zaken die met een aanmaanprocedure beginnen,
eindigt 70 tot 80 % met een uitvoering; slechts 20 tot 30 % van alle zaken wordt
betwist. Wanneer het om incasseringsopdrachten gaat, dus om situaties waarbij de
wanbetaler geen ernstige bezwaren tegen de reden voor de schulden heeft
aangedragen, bieden ook de betwiste procedures (wanneer de schuldenaar dus
protest heeft inge-diend), geen noemenswaarding probleem.
Ook voor deze procedure geldt dat de verliezende partij de
ontstane kosten (proces- en advocaat-kosten) moet betalen.
Het juridisch risico bij incasseringsopdrachten is klein.
Het blijft-uiteraard-bij het economisch risico van een insolvente debiteur.
Elektronisch verwerking
De tariefregeling, die alle tarieven van een bepaalde
geldwaarde afhankelijk maakt, en de maanpro-cedure met uniforme formulieren,
vergemakkelijken de elektronische dataverwerking (EDV). Onge-veer 20.000
kanselarijen (van de 25.000 kanselarijen) in den Bondsrepubliek zijn al met een
interne EDV uitgerust. Als het system eenmal met alle noodzakelijke data (naam
en adres van de schulden-aar, begin en vervaldag van de vordering, reden van de
vordering, begin en hoogte van de rente) is uitgerust, kan het alle soorten
dwangbevelen afhandelen. De EDV rekent, zonder dat de advocaat of zijn assistent
er verder nog iets aan moeten doen, de kosten uit die bij iedere maatregel
ontstaan plus de dagelijkse rente.
In verband met het dwangbevel moet nog eend onderstreept
worden, dat - anders dan naar het Ne-derlandse recht - ook de kosten van de
executie (advocaatshonorarium en de kosten van de deur-waarder) door de
wanbetaler moeten worden gedragen. De EDV van de advocaat is daarmee
tegelij-kertijd ook, war de vordering van de schuldeiser betreft, de boekhouding
van de schuldeiser. Bin-nenkomende betalingen, dus betalingen, die de debiteur
vrijwillig of via de deurwaarder betaalt, wor-den altijd en zonder uitzondering
in de wettelijke volgorde van paragraaf 367 DBG (Deutsches Bür-gerliches
Gesetzbuch) verrekend, d.w.z. eerst de rente, dan de kosten en daarna eerst de -
ook nu nog rentegevende - hoofdvordering. Zodat de wanbetaler zelfs geen cent
van de rente krijgt.
Nog beter calculeerbaar
Het massale voorkomen van maanzaken en de invoering van de
EDV bij advocaten heeft de Duitse Advocaatschap ertoe aangezet, het toch al
kleine economische risico bij inningsaangelegenheden nog beter calculeerbaar te
maken voor vaste opdrachtgevers.
Het leidde tot beginselen van de honorariumberekening in
inningsaangelegenheden voor vaste op-drachtgevers. Deze maken het een advocaat
mogelijk met een vaste klant, die hem alle maan- en inningszaken toevertrouwt,
vaste honoraria af te spreken. In die zin dat de schuldenaar altijd de
wet-telijk voorgeschreven kosten moet dragen, maar wanneer de wanbetaler
insolvent is en de kosten voor de opdrachtgever zijn, de advocaat nooit neer dan
een afgesproken globale prijs berekent, hoe omvangrijk de inspanning van de
advocaat ook is gewest.
De hoogte van het afgesproken honorarium, hangt af van het
aantal jaarlijkse opdrachten, van de samenstelling van de debiteuren, van de
hoogte van de gemiddelde vorderingen etc.. Zulke afspraken hebben voor de client
van de advocaat onschatbare voordelen. Wanneer hij ongeveer het aantal inninger
per jaar kent, kan hij ook de maximale kosten exact calculeren.
Betwiste procedures
Voor de zogenoemde betwiste procedures mag de Duitse
advocaat niet naar de afgesproken globale prijzen (zoals in maanaangelegenheden)
afrekenen. Hij is aan het wettelijk vastgelegde honorarium gebonden. Terwijl in
maanzaken na ongeveer acht weken een uitvoeringsbevel (verglijkbaar met een
oordeel op formulier) voorligt, duurt een betwiste procedure langer.
18 maanden ist de echte limiet .....
Uitgande van de ervaringen kan men zeggen dat (in
Westduitsland) een vonnis in eerste instantie ongeveer 7 tot 9 maanden op zich
laat wachten en een vonnis in tweede instantie ook nog eens 7 tot 9 maanden.
Zodat ook hardnekkige wanbetalers, die van alle wetten gebruik maken, na
ongeveer 14 tot 18 maanden aan het einde van hun mogelijkheden zijn. (De
theoretisch mogelijke derde instantie, in het Bundesgerichtshof revisie genoemd,
is maar in heel weinig gevallen toegestaan).
|